Peer pressure, reviewing, kritische zin en goede bedoelingen

Geen speciale status voor criminologie

De Nederlandse Vereniging voor Criminologie belegde 5 februari een studiemiddag. Onderwerp: ‘Transparantie van onderzoek in de criminologie’. Ik werd gealarmeerd door het alarmisme in de aankondiging. Vetgedrukt: “Praat mee nu het nog kan: hoe transparant willen en kunnen criminologen over hun bronnenmateriaal zijn?“. Daarnaast een fotootje van de vermaledijde Diederik Stapel in ongunstige pose.

Gelukkig had de bijeenkomst zelf, in een collegezaaltje van de VU, nota bene in het gebouw van Wis- en natuurkunde, een andere toon. Dat was mede te danken aan het feit dat er behalve drie hoogleraren ook nog twee wat jongere onderzoekers een praatje hielden. Jan Dirk de Jong en Mirjam Wijkman houden zich nog volop bezig met data verzamelen en andere praktische kanten van onderzoek. In hun nuchtere verhalen maakten ze duidelijk hoe onthutsend gemakkelijk sjoemelen met data goed beschouwd eigenlijk is. Zelden wordt je als onderzoeker de vraag gesteld hoe je aan je resultaten komt. Dit thema kwam uitgebreid terug in de discussie. In alle inleidingen kwam echter naar voren dat deze kwestie niet zo heel specifiek voor de criminologie is.

Dat was ook de conclusie van Cees Schuyt, lid van de Raad van State en, onder veel meer,  emeritus hoogleraar sociologie: geen uitzonderingspositie voor criminologie.

Daardoor was er ruimte om aandacht te besteden aan de achterliggende vragen van integriteit en betrouwbaarheid van de sociale wetenschap en hoe die te bevorderen. Lees verder

Wetenschapsbeoefening, politieke propaganda, lobbywerk en integriteit

De ‘tieten en kont’-leerstoel van professor dr. E.R. Engelen

De ondertitel van deze publicatie lijkt zeer ongepast en eerder studentikoos dan wetenschappelijk, maar heeft een tweevoudige achtergrond. De kwalificatie is door de professor zelf gegeven aan zijn eigen columns [i] en het is een goed aanknopingspunt om de aandacht te vestigen op hiaten in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Onderwerp van dit stuk is de bijzondere ‘VNO-NCW leerstoel Etnisch Ondernemerschap’ die Engelen voor één dag in de week bekleedt aan het IMES, het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam. Hij is daarnaast vier dagen in de week hoogleraar Financiële Geografie aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen (FMG), eveneens onderdeel van de UvA.

De oratie [ii] bij de aanvaarding van eerstgenoemde leerstoel trok veel aandacht [iii]. Het is een politiek gekleurd verhaal met een bijna idiosyncratisch taalgebruik, doorspekt met sweeping statements en bolstaand van minachting voor politieke tegenstanders [iv]. Te denken geeft ook dat de teneur van de oratie naadloos aansluit bij de opvattingen en belangen van de financier van de leerstoel. De focus van dit stuk is echter op het kleine gedeelte van de oratie dat op het eerste gezicht juist wat meer aan integere wetenschapsbeoefening doet denken: de gepresenteerde data.

Lees verder