Mixing up prevalence and types of crime in comparing majority and minority adolescents in the Netherlands

“This is not criticizing, it is hurting”

In 2013 Andre van Delft and I wrote a a so-called ‘non-peer-review’ of an article published in the journal Psychology, Crime, and Law. This was the final reaction of the journal:

I went through your submission for Psychology, Crime, and Law and decided to reject it outright. The scope of the manuscript is not aimed at furthering any scientific point, but mostly bashing the authors of the original paper. Besides that, your tone is hardly less offensive than in the previous draft. I therefore decided to follow the reviewers of the first draft and not publish your manuscript.
You are of course now free to submit the paper elsewhere should you choose to do so.

Lees verder

Peer pressure, reviewing, kritische zin en goede bedoelingen

Geen speciale status voor criminologie

De Nederlandse Vereniging voor Criminologie belegde 5 februari een studiemiddag. Onderwerp: ‘Transparantie van onderzoek in de criminologie’. Ik werd gealarmeerd door het alarmisme in de aankondiging. Vetgedrukt: “Praat mee nu het nog kan: hoe transparant willen en kunnen criminologen over hun bronnenmateriaal zijn?“. Daarnaast een fotootje van de vermaledijde Diederik Stapel in ongunstige pose.

Gelukkig had de bijeenkomst zelf, in een collegezaaltje van de VU, nota bene in het gebouw van Wis- en natuurkunde, een andere toon. Dat was mede te danken aan het feit dat er behalve drie hoogleraren ook nog twee wat jongere onderzoekers een praatje hielden. Jan Dirk de Jong en Mirjam Wijkman houden zich nog volop bezig met data verzamelen en andere praktische kanten van onderzoek. In hun nuchtere verhalen maakten ze duidelijk hoe onthutsend gemakkelijk sjoemelen met data goed beschouwd eigenlijk is. Zelden wordt je als onderzoeker de vraag gesteld hoe je aan je resultaten komt. Dit thema kwam uitgebreid terug in de discussie. In alle inleidingen kwam echter naar voren dat deze kwestie niet zo heel specifiek voor de criminologie is.

Dat was ook de conclusie van Cees Schuyt, lid van de Raad van State en, onder veel meer,  emeritus hoogleraar sociologie: geen uitzonderingspositie voor criminologie.

Daardoor was er ruimte om aandacht te besteden aan de achterliggende vragen van integriteit en betrouwbaarheid van de sociale wetenschap en hoe die te bevorderen. Lees verder

Verschillen in straftoemeting en uiterlijk: een non-peer review

Leugens, verdomde leugens, statistiek en criminologie

Dit is de tweede non-peer review op deze webstek.

Parlementslid Jeroen Recourt

Ik bespreek het artikel Verschillen in straftoemeting in soortgelijke zaken door Wermink, De Keijser en Schuyt, werkzaam aan de afdeling Criminologie,  faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Leiden. Het werd gepubliceerd in aflevering 2012-11 van het Nederlands Juristenblad (NJB).
Voordat het werd gepubliceerd was NJB-11 gepeerreviewd. Na bestudering van het artikel en van de opzet van de observatielijst, heb ik niet alleen kritische kanttekeningen bij het artikel zelf, maar ook vraagtekens bij hoe de NJB-peers hun taak hebben opgevat. Voelen ze zich wel medeverantwoordelijk voor het bewaken van de goede naam van de wetenschap? Lees verder

Een hoogleraar criminologie in ondergoed

Een straf die stiekem geen straf is

De titel van dit stuk verwijst natuurlijk naar de naam van deze website: helemaal naakt toonde hoogleraar Paul Nieuwbeerta zich in zijn openbare college ter gelegenheid van de aanvaarding van de leerstoel Criminologie aan de Universiteit van Leiden niet, maar veel scheelde het niet. Het deel van zijn oratie dat het meest deed denken aan de blote keizer uit het sprookje, zat aan het einde. Zo pijnlijk dat letterlijk citeren hier geboden is:

Een tweede project dat we willen gaan verrichten omvat diverse gerandomiseerde experimenten naar de consequenties van specifieke straffen, maatregelen en interventies. We zullen daarbij in gecontroleerde experimenten bij controlegroepen van veroordeelden een deel van de straf achterwege laten. In de medische wetenschap zijn dergelijke gerandomiseerde experimenten met placebo’s standard practice. In de criminologie staat dergelijk onderzoek helaas nog in de kinderschoenen.

Watte? Deze hoogleraar wil in sociologisch onderzoek een equivalent voor placebo’s? Anders gezegd: “Bij de mensen uit de controlegroep wordt de indruk gewekt dat ze een werkzame behandeling hebben ondergaan? (…) veroordeelden [wordt] de indruk gegeven dat ze een straf krijgen terwijl ze die in de werkelijkheid niet krijgen…” Deze regels komen uit de bespreking van Andre van Delft en ondergetekende op het onderzoek van Nieuwbeerta e.a. dat hier gewogen en te licht bevonden werd.

Iedereen met gezond verstand en zonder misplaatst ontzag voor hoogleraren begrijpt dat dit volstrekte onzin is. Ik gebruik hier een nogal kruidige kwalificatie maar hij slaat op iemand die zelf er niet voor terugschrikt om over de huidige strafrechtspleging te spreken in deze termen:

(…) bevinden strafrechters en anderen (sic) actoren (…)  zich in de onfortuinlijke positie van een dokter die (…) geen idee heeft op welke gronden hij moet besluiten (…) Als we de parallel doortrekken, zouden medici op basis van de huidige kennis straffen waarschijnlijk scharen onder de alternatieve geneeswijzen of zelfs kwakzalverij.

En ja, deze criminoloog heeft het hier dus over alle straffen.

Er was nog meer dat in negatieve zin opviel aan de oratie van Nieuwbeerta.

Lees verder

Wetenschapsbeoefening, politieke propaganda, lobbywerk en integriteit

De ‘tieten en kont’-leerstoel van professor dr. E.R. Engelen

De ondertitel van deze publicatie lijkt zeer ongepast en eerder studentikoos dan wetenschappelijk, maar heeft een tweevoudige achtergrond. De kwalificatie is door de professor zelf gegeven aan zijn eigen columns [i] en het is een goed aanknopingspunt om de aandacht te vestigen op hiaten in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Onderwerp van dit stuk is de bijzondere ‘VNO-NCW leerstoel Etnisch Ondernemerschap’ die Engelen voor één dag in de week bekleedt aan het IMES, het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam. Hij is daarnaast vier dagen in de week hoogleraar Financiële Geografie aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen (FMG), eveneens onderdeel van de UvA.

De oratie [ii] bij de aanvaarding van eerstgenoemde leerstoel trok veel aandacht [iii]. Het is een politiek gekleurd verhaal met een bijna idiosyncratisch taalgebruik, doorspekt met sweeping statements en bolstaand van minachting voor politieke tegenstanders [iv]. Te denken geeft ook dat de teneur van de oratie naadloos aansluit bij de opvattingen en belangen van de financier van de leerstoel. De focus van dit stuk is echter op het kleine gedeelte van de oratie dat op het eerste gezicht juist wat meer aan integere wetenschapsbeoefening doet denken: de gepresenteerde data.

Lees verder